Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image
Scroll to top

Top

Touwspringen

Touwtjespringen

Touwspringen

Over de oorsprong van touwspringen tasten we in het duister, zoals het geval is met zoveel spelen. Niemand weet zeker op welk moment in de geschiedenis onze vroege voorouders de vaardigheden, die voor hen zo essentieel waren om te voerleven, gingen ombouwen tot spelen, maar het was zeker duizenden jaren geleden. Rennen, springen en gooien waren van levensbelang voor deze primitieve jagers en we vermoeden dat de kinderen zagen wat hun ouders deden en hen imiteerden. Deze vaardigheden kregen langzaam vorm en tegen de tijd van de Oude Grieken waren atletische sporten een zeer belangrijke rol in het dagelijkse leven gaan spelen. De eerste springspelletjes waren misschien wedstrijden in het springen over een beek of over een rots; kinderen van over de hele wereld spelen dit soort spelletjes nog steeds graag. Later, misschien duizenden jaren later, werd een of ander vezelachtig materiaal, waarschijnlijk een aan wijnrank verwante klimplant zoals liaan, gebruikt als een “lat” om overheen te springen. Dit is echter slechts een veronderstelling. wat we zeker weten is dat touwspringen werd gespeeld door kinderen uit bijna elk land ter wereld en dat de spelletjes die zij spelen opvallende gelijkenis vertonen. Touwspringen is een erg ritmisch spel en daarom is het niet zo verwonderlijk dat kinderen in veel verschillende landen oude versjes opzeggen of zingen op de maat van het slaan van het touw tegen de grond. Langs de grens van Texas en Mexico zongen de kinderen tijdens het touwspringen bijvoorbeeld: “Brown as a coffee-berry, red as a bean, That´s the prettiest color I´ve ever seen. Yellow as a daisy, black as ink, That´s the prettiest color I do think. Orange as a pumpkin, green as grass, keep on jumping as long als you last”. (bruin als een koffieboon, groen als een den. Is de mooiste kleur, die ik op de wereld ken. Geel als narcissen, zwart als de nacht. Is de mooiste kleur waar ik ooit aan heb gedacht. Oranje als een pompoen, groen als kruizemunt. Blijf maar springen zolang als je kunt).

Een Nederlands versje is: “een, twee, kopje thee. Drie, vier, glaasje bier. Vijf, zes, kurk op de fles. Zeven, acht, soldaat op wacht. Negen, tien, nooit meer gezien!”.

Spelregels.

Dit is een spel voor één, twee of meer spelers. Speel je alleen dan houd je in elke hand een eind van het touw, wat je van achteren tegen je enkels laat hangen. Zwaai het dan in een boog over je hoofd. Zodra het touw je boeten bereikt spring je er overheen. Deze beweging wordt ritmisch herhaalt tot het touw tenslotte tegen je voeten aankomt. Deze grondvorm van touwspringen is een geliefde vorm van training voor sommige atleten, in het bijzonder boksers. Ze bouwen zo,n snel ritme op dat het touw niet meer te zien is omdat het zo snel beweegt. Speel je met twee personen dan ga je naast elkaar staan, houdt elk een eind van het touw vast en springt tegelijk. Een andere manier om met zijn tweeën touwtje te springen is het ene eind aan een paal te binden. de ene speler draait het touw rond en de andere springt. Als de springer een voetfout maakt wisselen ze van plaats. Speel je met een groep dan houden er twee het einde van het touw vast end raaien het zo snel als ze kunnen rond, terwijl de naderen om beurten in en uit springen zonder het ritme te breken. Wie het touw raakt wisselt van plaats met een van de “draaiers”. Hieronder worden een aantal van de bekende touwspring-spelletjes beschreven.

Alles doen wat moedertje doet.

Twee spelers draaien het touw. De anderen staan in een rij achter de leider (moedertje), die erin springt, een versje zingt, er weer uit springt. De volgende springt nu ook in zonder het ritme te verbreken, zingt hetzelfde rijmpje en springt er weer uit. Dit gaat door tot iemand het touw raakt. Die moet dan van plaats wisselen met een van de draaiers.

Enen volgen.

Twee spelers draaien het touw. De anderen komen op hun beurt in, springen één keer en rennen er weer uit. De volgende keer kunnen de spelers twee keer springen (tweeën volgen) enz. Een speler die mis springt is af en moet draaien.

Schommel het bootje

In plaats van het touw helemaal rond te draaien laten de draaiers het heen en weer slingeren in een flauwe bocht. Elke speler moet inkomen, tweemaal springen en er weer uitgaan. Als alle spelers dat  met succes hebben gedaan wordt het touw hoger gehouden en het spel herhaald. De hoogte van het touw wordt elke keer opgevoerd tot alle spelers op één na -de winnaar- af zijn.

Draaimolen

Een speler houdt het ene eind van een lang touw vast. De andere spelers gaan rondom hem staan in een cirkel met een straal die iets kleiner is dan de lengte van het touw. De speler in het midden zwaait het touw zo snel als hij kan laag over de grond, terwijl de spelers om hem heen eroverheen springen. Een speler die het touw raakt is af. Het spel gaat door tot er één speler over is.

Versjes bij het touwspringen

(in Soest)

Mannesjeu, de meisjes bukken

Mammesje, hela, helo,                         Engeland is overwonnen                        Engeland is in de strijd

Laat je zoenen door een jongen

Laat je zoenen door een meid.

(in Utrecht)

Koekoek laat me dansen

Laat me springen

Laat me trouwen met je kind

Laat me trouwen met je dochter

Maak je moeder (vader) dan maar blij

(in Vlissingen)

Rosalia ging uit wandelen

en zij nam haar zusje mee

en zij nam haar zusje mee

en zij klom al op de bergen

(in Haarlem)

Onder de brug van Anke Franke

daar verkoopt men eikehout

maar dat hout dat wil niet branden

tjonge, jonge wat een schande

tjonge, jonge wat een verdriet

koop bij Anke Franke niet!

(in Leeuwarden)

Gisteravond liep ik op de Dam

en raad eens wie ik daar tegenkwam

(volgt meisjesnaam) met haar jongen, al op de dam
en (meisjesnaam) in het midden

twee dienders aan haar zij

wat mogen de mensen wel denken

is daar die (meisjesnaam) bij?

(in Drachten)

Kleine Jan stond op de brug

Met zijn handjes op de rug

Met zijn duimpje in de mond

draait hij driemaal in het rond

van de éé, twee, drie.