Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!
Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image
Scroll to top

Top

Dammen

Dammen

De oorsprong van het damspel is, net als van zoveel spelen, in nevelen gehuld. Sommigen zijn van mening, dat het al in 1000 v. Chr. werd gespeeld en anderen dat het pas in de dertiende eeuw werd bedacht. Het kan volgens sommigen zijn ontstaan in Zuid-Frankrijk maar ook Spanje wordt wel als bakermat genoemd.

Het oudste bewijs dat er in de Lage Landen werd gedamd, dateert uit de zestiende eeuw. Er bestaan verschillende versies van het damspel maar de twee belangrijkste zijn ‘Engels’ dammen, dat wordt gespeeld op een bord van 8×8 velden met 12 schijven voor elke speler (en dat bijna identiek is aan de eerste versie die in de Lage Landen werd gespeeld) en het ‘Pools’ (of continentaal) dammen, dat op een bord van 10×10 velden wordt gespeeld met 20 schijven per speler.

Dit is het spel dat tegenwoordig wordt gespeeld.

De laatste versie schijnt te zijn bedacht aan het hof van Filips 11 van Orléans (1713-1723). Een Poolse edelman aan het hof opperde dat het spel interessanter zou worden als een schijf ook achterwaarts geslagen mocht worden en met meer schijven op een bord.

Later werden er enkele wijzigingen aangebracht en het eindresultaat -dammen- werd snel populair, niet alleen in Frankrijk maar ook in andere landen, waar het tegenwoordig nog steeds in veel cafés wordt gespeeld.

Spelregels:

Elke speler heeft 20 stukken, die bij het begin van het spel onder aan het bord zijn opgesteld. De stukken bewegen één veld diagonaal voorwaarts.

Vijandige stukken worden geslagen door er overheen te springen in voorwaartse of achterwaartse richting.

Als een speler de keuze heeft tussen twee slagen moet hij die mogelijkheid kiezen, waarbij het grootste aantal stukken wordt geslagen.

Als het aantal gelijk is moet hij de sterkste stukken nemen (dus de dam). De geslagen stukken worden pas aan het eind van de beurt van het bord genomen en er mag niet tweemaal overheen worden gesprongen.

Alleen een stuk dat de overkant bereikt en daar blijft is gepromoveerd tot dam.

Als in die beurt nog meer stukken kunnen worden geslagen nadat het stuk de overkant heeft bereikt, moet de beurt worden afgemaakt.

Een dam mag zich over een willekeurig aantal lege velden lang een diagonale lijn bewegen (met als de loper in het schaakspel, maar zonder diens manier van slaan).

De dam mag neerkomen op een willekeurig leeg veld achter het geslagen stuk. Een combinatie van dit bewegen en slaan is ook mogelijk en heet de ‘lange sprong’. De winnaar is de eerste die alle vijandige stukken heeft geslagen of ze hun bewegingsvrijheid ontneemt.